content image

Beleidsplan

Identiteit en missie

Missie

De laatste jaren is het steeds meer gebruikelijk dat organisaties hun doelstellingen onder worden brengen in een ‘mission statement’. Dat is een verklaring waarin de missie (letterlijk: zending!) van de organisatie beknopt is samengevat. Als gemeente herkennen we ons in de volgende kernachtige verklaring:

Als gelovigen willen we ons toewijden aan de drie-enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. We verlangen, geleid door de Heilige Geest en gehoorzaam aan Gods Woord,

  • de Here te aanbidden, te eren en te dienen;
  • als leden van het lichaam van Christus elkaar in liefde te dienen en op te bouwen;
  • te werken aan de vorming van gemeenteleden tot discipelen
  • ons licht te laten schijnen in de wereld door het doen van goede werken en door anderen in aanraking te brengen met Jezus Christus.

Geloofsfundament

Wij aanvaarden de Bijbel als het door de Heilige Geest geïnspireerde Woord van God. De Bijbel is de enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en de gezaghebbende regel (‘canon’) voor geloof en leven van de gemeente. Het Woord van God is bij uitstek het middel waardoor de Heilige Geest het geloof wekt, het nieuwe leven geeft en de gemeente tot ontplooiing brengt.

In de loop van de eeuwen heeft de kerk het Bijbelse evangelie – vaak door lijden en strijd heen – verantwoord tegenover buitenstaanders, gehandhaafd tegenover dwalingen en samengevat met het oog op het onderricht. Kerkenraad en gemeente hebben er voor gekozen vast te houden aan de confessionele / evangelische identiteit van de gemeente. Dat betekent, dat wij ons willen houden aan het belijden van de kerk zoals dat verwoord is in de drie algemene belijdenisgeschriften (de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel en de Geloofsbelijdenis van Athanasius), de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus.

Hoe belangrijk het ook is ‘op papier’ duidelijkheid te scheppen omtrent de confessionele identiteit van de gemeente, op zichzelf is daarmee de trouw aan het evangelie niet gegarandeerd. Daarvoor is een levende omgang met de Heer der Kerk, Jezus Christus, nodig en die is een zaak van het hart. Het is - voor alle leden afzonderlijk en voor de gemeente als geheel - nodig in wisselende tijden en omstandigheden te volharden in het geloof in de drie-enige God en de navolging van Christus.  We zijn daarvoor afhankelijk van de leiding van Gods Geest. In gehoorzaamheid aan de Heer verlangen we te blijven werken aan opbouw en vernieuwing van de gemeente. De trouw aan de belijdenis gaat dan ook samen met openheid voor evangelische vernieuwing.

Concreet geven we onder andere gestalte aan deze identiteit: 

  • door een bijbelse prediking waarin Christus als de gekruisigde en opgestane Heer centraal staat.
  • doordat de ambtsdragers na de aanvaarding van hun ambt door ondertekening van het ondertekening formulier blijk geven van hun trouw aan Schrift en belijdenis
  • door contacten met gemeenten die een vergelijkbare confessionele / evangelische identiteit hebben
  • door gebruik te maken van confessionele / evangelische toerustingsorganisaties
  • door concrete regelingen en besluiten onder andere op het gebied van doop en avondmaal, de verkiezingen, het huwelijk, de liturgie, de toerusting, enzovoort.
  • en door als gemeente te weren wat het belijden van de kerk weerspreekt.

 

 

Eredienst

Wat is het doel van de eredienst?

’s Zondags komt de gemeente zo mogelijk twee maal samen in de eredienst. In de missie van onze kerk staat: “We verlangen, geleid door de Heilige Geest en gehoorzaam aan Gods Woord,.. de Here te aanbidden, te eren en te dienen”. De eredienst van onze gemeente wordt gevierd naar de gereformeerde traditie.

Wat is het doel van de eredienst? In enkele woorden: de ontmoeting met de Here. In deze ontmoeting zijn twee zaken van belang, die we voor kunnen stellen als de twee brandpunten van een ellips: Het Woord van God en het antwoord van de gemeente.

Het Woord is het ‘zaad der wedergeboorte’; het wekt het nieuwe leven met de Heer! We worden erdoor bemoedigd, vermaand, opgebouwd, gezegend. Door het Woord leren we Christus kennen.
Het nieuwe leven is dus niet te danken aan onze ‘organisatie’, onze ‘liederenschat’, onze ‘enthousiaste medewerkers’, enzovoort. Al die dingen zijn wel van belang, maar het Woord van God is beslissend.
Daarbij moeten we bedenken, dat het Woord van God ‘van de andere kant’ komt. Het is de Here Zelf die tot zijn gemeente wil spreken. Voor het brengen van dat Woord en het verstaan ervan zijn we geheel afhankelijk van de Heer. De Heer is niet ‘vanzelfsprekend’ aanwezig en het Woord staat niet ‘tot onze beschikking’. Het is altijd weer een wonder van genade, wanneer de Heer aanwezig is, wij zijn stem verstaan en Hij zich láát kennen. Daarom bidden we om de verlichting door de Heilige Geest en behoort de eerbiedige verwachting kenmerkend te zijn voor de sfeer tijdens de eredienst.

Hoe komt Gods Woord tot ons? In de eerste plaats door de verkondiging van het Woord van God, dat we in de Schrift ontvangen hebben. Maar ook al bij de groet in de naam van de Heer; vervolgens bij de genadeverkondiging, de regel der dankbaarheid, de schriftlezing en tenslotte bij de zegen.

Het andere ‘brandpunt’ van de ellips is het antwoord van de gemeente. Ook voor het geven van een goed antwoord zijn we aangewezen op de leiding van Gods Geest. Het geloven, het belijden, het gebed, de dankzegging, de lofprijzing worden gewekt door Gods Geest in de harten van de gelovigen. Hij geeft ons het goede antwoord in het hart en in de mond.
Hoe geven wij antwoord? Door de liederen, de verootmoediging, het offeren van onze gaven, het belijden van ons geloof, de voorbede, de dankzegging en de lofprijzing. Als het goed is komen die antwoorden uit een dankbaar hart, dat vol liefde is voor de Heer. Als gezegende mensen dragen we het Woord mee om het in heel ons bestaan in praktijk te brengen. “Dat is uw redelijke eredienst” (Romeinen 12).

Tussen de gemeenteleden is er verscheidenheid in beleving. Mede daarom vergt bij de eredienst de eenparigheid bijzondere aandacht. Woord en Geest binden mensen samen. Het eensgezind, eenparig, verheerlijken van de Here is een voorwaarde voor een zegenrijke viering van de eredienst. (Bijv. Romeinen 15:5,6 “Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt 6 Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus”.)

De bedding waarbinnen we ons bewegen is aangegeven door de kerkenraad.

  • Voor het vieren van de eredienst en de vernieuwing van het leven van de gemeente stellen de kerkenraad en de gemeente biddend hun verwachting op het Woord van God en het werk van de heilige Geest.
  • De kerkenraad gaat zorgvuldig om met de rust en de vertrouwde orde in de erediensten. Opdat het Woord van God, de eerbied en de ontmoeting met de Heer alle ruimte krijgen.
  • De kerkenraad beseft, dat nieuwe vormen en middelen dienstbaar kunnen zijn aan de verkondiging van het evangelie en de ontmoeting met de Heer.
  • Vernieuwing van de eredienst is een proces waarvoor bezinning nodig is en dus tijd genomen moet worden. Overhaaste beslissingen en snelle veranderingen leiden gemakkelijk tot onrust en verdeeldheid.

Een belangrijk criterium voor vernieuwing is of de vernieuwing dienstbaar is aan de verkondiging van het Woord. Draagt de nieuwe vorm er toe bij, dat het Woord des te beter begrepen wordt? Of trekt de nieuwe vorm zelf juist teveel aandacht, zodat ze een verarming van de eredienst teweeg brengt?

Een ander criterium voor vernieuwing is de vraag of de gemeente als geheel de vernieuwing verstaat als een bijdrage aan de verkondiging van het Woord en de ontmoeting met de Heer. Beleeft de gemeente het als eerbiedig? Kan men van binnenuit ‘meekomen’ met wat er gebeurt?

Doelstelling, middelen en werkwijze
Specifieke doelstelling: de gemeenteleden vieren het heil van God en ervaren de erediensten als ‘inspirerend’. Zij ondervinden tijdens de eredienst onderlinge verbondenheid en iets dat getypeerd kan worden als ‘thuiskomen’. Ondanks verscheidenheid in beleving verstaan zij elkaar en brengen zij God eensgezind de lof.

Middelen

  • uitleg van de orde van dienst: de predikant legt regelmatig van een onderdeel van de orde van dienst uit welke de betekenis er van is.
  • inbreng van gemeenteleden (ook kinderen): daarvan is al in ruime mate sprake in zendingsdiensten, jeugddiensten, startzondag, evangelisatiediensten,  lage drempeldiensten (Menorahdiensten), belijdenisdiensten, gezinsdiensten, feestdagen (liturgisch bloemstuk), tijdens de advents- en lijdenstijd en tijdens andere diensten met een bijzonder karakter. Belangrijk is om mogelijkheden te blijven verkennen/herkennen en te toetsen of de inbreng tot opbouw van de gemeente is.
  • (geestelijke) kwaliteit. Niet méér, maar béter. Hiervoor kan bijvoorbeeld een evaluatie van diensten of onderdelen ervan dienen. We hebben een helder doel: de ontmoeting met God; verkondiging van het Woord; beantwoording door de gemeente; inspirerend; in onderlinge verbondenheid. Durven we de vraag te stellen of (bepaalde) (onderdelen van) diensten aan dat doel beantwoorden? Wat kan er beter?
  • mogelijkheden om hetgeen in de eredienst gehoord en beleefd is te verwerken en te delen. Het koffiedrinken na de dienst biedt daartoe bijvoorbeeld de mogelijkheid.
  • de voorbede voor de erediensten. Daartoe kunnen individuele leden en gebedskringen opgeroepen worden.

Werkwijze
Temporisering vergt dat vernieuwingen tijdig worden besproken onder het motto: een goede voorbereiding en inbedding binnen de gemeente komt de eredienst ten goede.
Communicatie is met name op het punt van de eredienst van belang. Veranderingen rond de eredienst liggen in iedere gemeente gevoelig. Dat is overigens terecht; de eredienst is het centrum van het gemeente-zijn.
Communicatiemiddelen: rechtstreeks (kerkenraad, gemeenteavond), op papier (kerkblad Geandewei). Belangrijk is niet alleen het ‘dat staat te gebeuren’ aan te kondigen, maar bovenal het waarom en waartoe helder te maken. Bij gevoelige zaken moet zo veel mogelijk nagegaan worden of de boodschap geland is.